
De lichten zijn gedoofd. En daar is hij dan. Present.
De Oprichter, de Profeet, de Afwezige.
De Meester, de Glorierijke Martelaar, de Eeuwige Caesar.
De Nationale Held, het Boegbeeld van het Spaanse Volk, de Eerste onder de Gevallenen.
De Dode die Leeft, de Bruidegom van Spanje, de Grondlegger van het Rijk.
De Uitverkorene, het Scheppend Genie, de Nimmer Gestorvene.
Daar is hij voor het altaar, omlijst met hoogdravende namen, gegijzeld door een paar lauwerkransen die afstand scheppen en krenken.
Zo begint de Spaanse schrijver en journalist Paco Cerdà Wij waren hier, een indrukwekkend tableau vivant van het Spanje van kort na het einde van de Burgeroorlog. Leidraad is het overbrengen van het stoffelijk overschot van José Antonio Primo de Rivera. Deze was in Alicante geëxecuteerd door een vuurpeloton. Hij werd overgebracht naar het Escorial bij Madrid, een tocht van 498 kilometer. De kist werd gedragen door leden van de Falange, de partij waar hij de oprichter en charismatische voorzitter van was geweest. De tocht begon op 20 november en eindigde op 30 november 1939.
Deze elf dagen en tien nachten – want er werd ’s-nachts doorgelopen – vormen even zovele hoofdstukken in dit boek. Ieder hoofdstuk begint met een paragraaf over de plaats waar werd gewisseld van dragers en weer verder gelopen. Met elkaar vormen de hoofdstukken een levendige beschrijving van het falangistische eerbetoon en zaken daaromheen. Natuurlijk met veel aandacht voor de bijna heilig verklaarde José Antonio, voor de Falange, het Vaderland, de godsdienst en uiteraard voor de Caudillo.
Deze eerste paragraaf wordt telkens gevolgd door twee paragrafen over personen die in die zelfde tijd en plaats een ander, meestal onprettig, aspect van het Spanje na de afloop van de burgeroorlog hebben meegemaakt. Hiermee schets Cerdà de tegenstelling tussen de winnaars van de Burgeroorlog en hen die overwonnen zijn in het Spanje van Franco. Alles wat hij beschrijft is gebaseerd op authentieke bronnen, die in de laatste 20 pagina’s gedetailleerd zijn beschreven.
José Antonio was bijzonder populair in rechts Spanje, behalve bij Franco; zij waren namelijk elkaars tegenpolen, niet alleen in hun visie op de toekomst van Spanje, maar ook qua persoonlijkheid. Franco was alles behalve charismatisch en charmant. En gebruikte de herbegrafenis van zijn ‘concurrent’ om zijn eigen positie te versterken.
In El Escorial wordt de kist bijgezet in de kapel waar alle Spaanse koningen liggen. Overigens wordt het lijk nog twee keer herbegraven; in 1959 wordt het overgebracht naar het door Franco voor zichzelf opgerichte monument in La Valle de Caidos. Na het aannemen van de Ley de Memoria Historica 2022, waarbij in het kader van de nationale verzoening werd bepaald dat de lichamen van Franco en José Antonio moesten worden verwijderd uit La Valle de Caidos, werd de laatste verplaatst naar de San Isidro begraafplaats in Madrid.

De titel van het boek in het Nederlands, ‘Wij waren hier,’ is mogelijk wat onduidelijk. In het Spaans is de titel “Presente”. José Antonio was gearresteerd in maart 1936 op beschuldiging van wapenbezit. Oktober kwam daar de beschuldiging van samenzwering tegen de Republiek bij waar de doodstraf op staat. In november werd hij schuldig bevonden en tot de dood voor het vuurpeloton veroordeeld. Zijn dood werd door de leiding van de Falange stil gehouden vanwege het moreel. Hij werd aangeduid als de ‘afwezige’, als verwijzing naar de traditie van de Falange om ‘presente’ te roepen als de namen van de gevallenen werden voorgelezen.
Paco Cerdà heeft met dit boek een imponerend, zeer goed leesbare invulling gegeven aan een minder bekend, voor een deel zelfs verzwegen hoofdstuk uit de geschiedenis van Spanje.

Wij waren hier De erfenis van de Spaanse Burgeroorlog door Paco Cerdà Uitgeverij Meulenhof




