
Door Evert de Jonge
In maart 2026 ben ik een week naar Catalonië gereisd, naar La Fatarella. Ik was daar nooit eerder geweest. Bijna 90 jaar geleden heeft mijn oom, Evert Ruivenkamp, daar als vrijwilliger bij de Internationale Brigaden gevochten tegen Franco, tegen het fascisme en voor de vrijheid en democratie. Hij was daar in 1938, toen hij 22 jaar oud was, naartoe gegaan. Ik heb hem nooit gekend. Hij is in 1943 doodgeschoten door de nazi bezetters vanwege zijn deelname aan het verzet.
Mijn moeder was de 11 jaar jongere zus van Evert. Ik kende zijn verhaal, mijn moeder heeft me daarover verteld, maar details wist ik er niet van. De verhalen gingen vooral over de Tweede Wereldoorlog, over het gevaar dat hij en zijn familie liepen door zijn verzetswerk. Het ging veel minder over Spanje. Op zich was dat niet vreemd, mijn moeder was pas 11 jaar toen haar broer naar Spanje ging. Waarschijnlijk wist zij ook niet goed wat daar gebeurd was.
Het dagboek
In 2019 overleed mijn moeder en naast haar bed, in het nachtkastje, vond ik een dagboek dat Evert in 1938 bijgehouden heeft toen hij in Spanje vocht. Het dagboek is aanvankelijk in bezit geweest van Rosario, de Spaanse echtgenote van Evert. Toen zij in 1993 terugkeerde uit Nederland naar haar familie in Spanje is het dagboek waarschijnlijk aan mijn moeder gegeven. Ik wist dat het dagboek bestond, maar eigenlijk werd er bij ons thuis nooit over gesproken. Dat is opmerkelijk, omdat mijn vader historicus was en gespecialiseerd in antidemocratische bewegingen in de twintigste eeuw. Hij zou de waarde van document herkend moeten hebben. Waarschijnlijk was dit dagboek té persoonlijk, té privé en heeft mijn moeder het daarom niet gedeeld. Of zij het zelf gelezen heeft weet ik niet.
Toen mijn moeder op 92-jarige leeftijd overleed realiseerde ik me onmiddellijk dat het dagboek ergens in haar huis was. Ik vond het in het nachtkastje, naast haar bed. Blijkbaar had ze het altijd dicht bij haar willen hebben. Het geeft aan hoe belangrijk haar broer altijd voor haar geweest is. In de maanden er na heb ik de tekst omgezet in een digitaal Word-document. Ik was gelijk onder de indruk van wat ik las. We hebben het omgezet in een zelf uitgegeven boekje in een oplage van niet meer dan 20 exemplaren voor de eigen familie. Op zoek naar een bestemming voor het originele dagboek kwamen we uit bij de site spanjestrijders.nl waar al een beknopte biografie van Evert was gepubliceerd. De redactie herkende de historische betekenis van het dagboek, het bleek ook het eerste dagboek te zijn van een Nederlandse Brigadist over zijn tijd in Spanje. Met een inleiding en nawoord van Yvonne Scholten kwam het in 2023 uit bij uitgeverij Jurgen Maas.

Het dagboek is een prachtig geschreven persoonlijk document. Hij beschrijft hoe hij als 22-jarige jongen terecht komt in een grimmige oorlog. Hij schrijft over zijn vrienden, over zijn angst en twijfel, maar steeds met een diepe overtuiging dat dit het goede is dat hij wil doen. In de laatste maanden in Spanje neemt hij deel aan de heftige strijd om de Ebro. Door het dagboek heb ik grote bewondering gekregen voor Evert en voor al die anderen die meegevochten hebben. De reis naar Catalonië heb ik gemaakt om meer te weten over de Spaanse Burgeroorlog en was voor mij ook een soort eerbetoon aan mijn oom.

La Fatarella
La Fatarella is een kleine plaats met ongeveer 900 inwoners, ongeveer 90 km van de kust. Het is hier heel anders dan in de grote steden in Spanje en anders dan in de kustplaatsen. Dorpen in de regio geven de indruk bijna verlaten te zijn. Er zijn weinig mensen op straat. Van de huizen zijn de ramen door luiken gesloten. Het dorp speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van Evert in Spanje. Hij is in augustus 1938 de Ebro overgestoken om deel te nemen aan de grootste en bloedigste strijd van de burgeroorlog. Hij kwam na 2 dagen aan in het dorpje La Fatarella. Hij schrijft daarover in zijn dagboek:
4 augustus 1938
In directe reserve. Door de resten van La Fatarella heen liggen we nu onder de hazelaars. De hele dag onder de bomen. Niets te zien. Alleen tegen de avond komen we onder onze schuilplaatsen vandaan. Het geronk is niet van de lucht. Tegen het duister kunnen we op zoek gaan naar water en wat te eten.
Uit het dagboek van Evert Ruivenkamp
Tijdens de eerste drie dagen van mijn verblijf ben ik rondgeleid door Alan Warren. Hij is oorspronkelijk afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, maar woont al jaren in La Fatarella. Hij is een enorme kenner van de geschiedenis die zich in Spanje afgespeeld heeft. Zijn huis is volledig gevuld met objecten uit die tijd: uniformen, helmen, granaten, afbeeldingen, boeken en zelfs spelletjes met de burgeroorlog als onderwerp. Met Alan ben ik met de auto door de omgeving getrokken naar plaatsen die genoemd zijn in het dagboek van Evert Ruivenkamp.

Wij verlaten het kamp en gaan ook over de Ebro. Met drie vrachtwagens vertrekken we om zes uur ’s avonds. …Het gaat ons niet direct om grote terrein winst. Levante moet ontlast. Nu haalt Franco alles naar de Ebro. Honderd, tweehonderd, driehonderd vliegtuigen komen over per dag.
(dagboek Evert Ruivenkamp)
We zijn in Flix geweest op de plaats waar Evert op 2 augustus 1938 de Ebro overgetrokken is. Ook in Ascó waar Evert, uitgeput na de strijd aan de Ebro, steun zocht bij de bevriende arts Theo van Reemst die een veldhospitaal ingericht had in een ongebruikte spoortunnel.

En in Uldemolins zagen wij de school die destijds als ziekenhuis werd gebruikt en waar Lilian werkte. Lilian en Evert waren verliefd geworden en maakten al plannen voor na de oorlog. Op 23 augustus 1938 krijgt Evert bericht dat Lilian is omgekomen bij een bombardement. Dat is niet zo geweest, Lilian heeft de oorlog overleefd. Maar Evert heeft haar nooit meer gezien en heeft altijd gedacht dat zij gesneuveld was.

Bij Carmen
Op het eerste gezicht is er weinig dat herinnert aan de burgeroorlog. Maar dat is niet echt zo. In de boerderij van Carmen, waar ik logeerde, werd al de eerste dag een plastic zeil losgemaakt op het erf tegen het huis aan. Daaronder bleken ontelbare stukken metaal uit de burgeroorlog in kratten bewaard te worden. Veel schrapnel, dat zijn stukken metaal afkomstig van granaten en bommen. Maar ook complete niet ontplofte granaten, helmen, etc. Ik stelde me voor dat heel veel bewoners dit soort souvenirs aan de oorlog bewaren.

In de omgeving is veel veranderd. Als je om je heen kijkt zie je vele tientallen windturbines. Ook is er veel meer bebossing dan in 1938. En toch is het niet moeilijk om je voor te stellen dat hier bijna negentig jaar geleden een historische strijd gevoerd is voor de democratie. Op 50 meter van de boerderij loop ik door een stille boomgaard. Er lijkt niets bijzonders te zien. Maar volgens dorpsbewoners zou hieronder een massagraf kunnen liggen uit de burgeroorlog. Ik begreep dat er in Spanje heel veel plaatsen zijn waaronder slachtoffers van de burgeroorlog zouden kunnen liggen. Steeds meer van die plaatsen worden afgegraven om de vaak inderdaad aanwezige lichamen alsnog te identificeren.

Gandesa
We zijn naar Gandesa geweest, waar zeer hevig gestreden is en waar de kogelinslagen nog altijd zichtbaar zijn in de gevels van meerdere huizen. Gandesa is de plaats waar Willy de Lathouder gesneuveld is . Willy was de eerste Nederlandse vrijwilliger die in Spanje is gaan vechten. Hij was in Spanje getrouwd met Rosario, de Spaanse verpleegster die hij ontmoet had in het ziekenhuis waar hij gewond terecht was gekomen. Hij had samen met haar een zoontje, ook Willy geheten, dat enkele maanden voor zijn overlijden geboren was. Na de dood van Willy nabij Gandesa is Rosario naar Nederland getrokken en nadat de soldaten van de Internationale Brigades teruggestuurd werden uit Spanje is Evert met Rosario en haar zoontje samen gaan wonen in een communistisch gemeenschapshuis aan de Bankastraat 131 in Den Haag. In 1940 is hij met Rosario getrouwd.

Erkenning
Mijn reis naar Catalonië was belangrijk voor mij. Door hier geweest te zijn lees ik het dagboek anders, intenser. Als ik het lees kan ik me veel beter voorstellen hoe het geweest kan zijn in die tijd. Naar Spanje reizen, je verdiepen in de Spaanse burgeroorlog voelt voor mij ook als een erkenning hoe bijzonder Evert Ruivenkamp geweest is, de extreme moed die hij had om naar Spanje te gaan om te vechten voor vrijheid en democratie. En dat niet in je eigen land maar elders, voor anderen. Ik heb daar enorme bewondering voor.
Opnieuw naar la Fatarella
In november a.s. ben ik van plan om opnieuw naar La Fatarella te reizen. Dan wordt daar in het Bosque de la Memoria een herdenking gehouden van de slachtoffers van de burgeroorlog. Aan de bomen in het herdenkingsbos hangen plaquettes met foto’s en een korte biografie van internationale vrijwilligers die gevochten hebben tegen het fascisme. In november 2026 zal er ook een plaquette ter herinnering van Evert Ruivenkamp geplaatst worden, naast die van zijn vriend Willy de Lathouder.

Van zijn reis naar Spanje maakte Evert de Jonge een fotoverslag met teksten uit het dagboek van zijn oom Evert Ruivenkamp. Zie: www.scw38.nl




