Door Jan van der Ven
In mei van dit jaar werden in het Catalaanse grensdorp Colera twee plaquettes onthuld ter nagedachtenis van de Catalanen die kort na het einde van de Spaanse Burgeroorlog vanuit Frankrijk illegaal de grens met hun moederstreek overstaken. De route via de bergen van Colera was een van de vele paden waarover Catalanen terugkeerden. Ze waagden tijdens de vele tochten door de bergen hun leven, want overal loerde de guardia civil van Franco op ze. Het doel van de vaak barre wandelingen was om de Catalaanse vrijheidsstrijd nieuw leven in te blazen. Later werden dezelfde routes door de Pyreneeën gebruikt om honderden joden, Franse verzetsstrijders en Engelse piloten naar veiliger oorden te loodsen.

Een plaquette hangt vlakbij het gemeentehuis in het dorp Colera, naast de deur die toegang geeft tot de schuilkelder die de bewoners van het dorp tijdens de oorlog met pikhouwelen uithakten. De tweede plaquette hangt in het verlaten gehucht Molinás, op meer dan een uur lopen van Colera, aan de voet van de bergen.

Het gehucht Molinás, met daarachter de bergen die de Spaans-Franse grens markeren en waarover Catalanen illegaal terugkeerden naar hun streek

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog vormde Molinás een schuilplaats voor veel bewoners van Colera, die op de vlucht sloegen na tal van bombardementen op de spoorbrug die door het dal van Colera loopt. De brug was een van de levensaders voor de Republikeinen die tegen Franco vochten. Er werden vanuit Frankrijk wapens over vervoerd maar ook de duizenden vrijwilligers van de Internationale Brigades reden in treinen over de brug, een ontwerp van Eiffel.

Half miljoen vluchtelingen
De Catalanen die de moed hadden om zo kort na het einde van de Burgeroorlog vanuit Frankrijk terug te keren naar Catalonië waren doorgaans jonge mannen die tijdens de Spaanse Burgeroorlog hadden gevochten tegen de nationalisten van Franco. Ze streden aan de diverse fronten niet alleen tegen het fascisme, maar ook voor een vrij Catalonië. Het einde van de Burgeroorlog veranderde echter alles.

In februari 1939 trokken naar schatting een half miljoen wanhopige Catalanen de Franse grens over, opgejaagd door de moordende troepen van Franco. Alle wegen naar de Franse grens raakten in korte tijd verstopt. Ook de smalle grintweg die het kustdorp Colera verbond met het grensplaatsje Portbou veranderde in hoog tempo in een lange sliert van menselijke ellende. Een ijskoude wind blies die weken vanuit de besneeuwde Pyreneeën over de ruggen van de vluchtelingen. Omdat de Franse autoriteiten aanvankelijk weigerden de grens open te stellen, ontstond er al snel een eindeloos durende opstopping naar de Franse grens. Vanuit Colera zagen de bewoners ’s nachts vuurtjes waaraan de vluchtelingen zich warmden, hun auto’s stonden vast in de file naar de grens.

Op het station van het dorp stopten treinen met honderden gewonden die ook op weg waren naar de grensplaats Portbou in de hoop van daaruit de grens over te kunnen steken. De helft van de half miljoen vluchtelingen droeg tijdens de vlucht naar Frankrijk wapens, het waren soldaten van het Republikeinse leger. Pas nadat ze die hadden ingeleverd, mochten ze van de Franse autoriteiten de grens oversteken. De andere helft van de vluchtelingenstroom bestond uit Catalanen die voor hun leven vreesden omdat ze tijdens de Burgeroorlog sympathie hadden getoond voor de Republikeinen, zoals vakbondsleden of arme boeren die lid waren van een coöperatie. In het boek De Brug (uitgever Elikser) van ondergetekende wordt ruim aandacht besteed aan deze Retirada van een half miljoen Catalanen.

Vluchtelingenkamp aan Frans strand

Nadat de Fransen onder zware internationale druk de grens met Spanje eenmaal hadden geopend, werden bijna alle vluchtelingen ondergebracht in verschillende haastig gebouwde kampen aan de zeestrook. De winterse omstandigheden in die kampen waren mensonterend. Hompen brood werden vanuit rijdende vrachtwagens over het prikkeldraad gegooid, de bewoners moesten zich noodgedwongen in de zee wassen waar ze ook hun behoeften deden. Om zich tegen de ijskoude wind te beschermen groeven sommigen holen in zand om daar als beesten in te leven van een korst brood.

Jaume Martinez i Vendrel

Nosaltres Sols!
Een van de vluchtelingen was de jonge Jaume Martinez i Vendrell (website in het Catalaans1)
De toen 24-jarige Martinez had zich tijdens de Burgeroorlog aangesloten bij de groep Nosaltres Sols! Wat zoveel betekent als Wij Alleen! Deze radicaal nationalistische groep bepleitte een onafhankelijk Catalonië en wilde dit doel desnoods met geweld bereiken. Martinez had zich al snel ontpopt tot een van de leiders van Nosaltres Sols! Maar het was duidelijk dat met de overwinning van Franco in 1939 dit doel op korte termijn niet te realiseren viel. Voor Martinez en zijn medestrijders zat er daarom niets anders op dan ook te vluchten naar Frankijk.

Wanneer teruggaan?
Eenmaal in het concentratiekamp van de Franse kustplaats Agde ontmoette Martinez Vendrell medestrijders en leden van Nosalters Sols! Iedereen was het er snel over eens dat het vuur van een zelfstandig Catalonië niet gedoofd was. Integendeel. Er zat dan ook niets anders op dan terug te keren naar Catalonië om daar namens Nosaltres Sols! de strijd voor de onafhankelijkheid van Catalonië op een of andere manier voort te zetten. Wanneer zou de tijd rijp zijn om de grens weer over te steken, luidde de vraag die keer op keer aan Martinez werd gesteld? Hij keek naar buiten, zag de besneeuwde bergtoppen van de majestueuze Pyreneeën-reus Canigó en sprak de legendarische woorden: “Wat er ook gebeurt, als er geen sneeuw meer ligt op de top van de Canigó keren we terug naar huis”.

Martinez kwam zijn belofte na. In de zomer van 1939 ontsnapte hij met drie andere Catalanen uit het kamp van Agde. Ze groeven wat wapens op, die ze eerder voor de Franse autoriteiten hadden verborgen en vertrokken richting grens. Een van de leden van de groep en jeugdvriend van Martinez, Gregori Font, was enkele maanden eerder al, als een soort verkenner, de Spaanse grens illegaal overgestoken. Na terugkeer in het kamp in Agde vertelde hij zijn kameraden dat de weg terug naar Catalonië niet makkelijk was, maar hijzelf vormde het levende bewijs dat de tocht uiteindelijk volbracht kon worden.

Walter Benjamin
Het was Font tijdens zijn eerste illegale reis naar Catalonië duidelijk geworden dat het grensstadje Portbou gemeden moest worden, want daar wemelde het tussen de ruïnes van kapotgebombardeerde huizen van de guardia civil en zwaarbewapende militairen. Portbou vervulde namelijk met het gigantische internationale treinstation een cruciale rol bij de bewaking van de Spaanse grens. Met als gevolg dat Franco daar maximale waakzaamheid eiste.
Hoe gevaarlijk een doorsteek via Portbou was, bleek wel in 1940 toen de bekende filosoof Walter Benjamin er werd opgepakt. Hij was vanuit het Franse kuststadje Banyuls te voet met vijf andere vluchtelingen op weg naar Spanje, om uit handen te blijven van het fascisme van Hitler. Via het officieel neutrale Spanje wilden ze naar Portugal reizen. In Portbou werden ze opgepakt en verhoord door de guardia civil. De doorreisvergunningen die ze konden laten zien, leken weinig indruk te maken op de Spaanse agenten. De zes vluchtelingen kregen te horen dat ze de volgende dag teruggestuurd zouden worden naar Frankrijk, Spanje bleek dus niet echt neutraal te zijn.

Die nacht pleegde een somber gestemde Walter Benjamin in zijn hotelkamer zelfmoord met cyaankali omdat hij vreesde uitgeleverd te worden aan de Franse politie. Achteraf was die angst waarschijnlijk onterecht, want de vijf andere leden van de groep konden de volgende dag met de trein doorreizen naar Barcelona en vervolgens naar Portugal.
In de zomer van 1939 loodste Gregori Font de mannen vanuit het Franse kustplaatsje Banyuls met een grote boog om Portbou heen, ze kozen voor de nagenoeg onbegaanbare route naar de hoge bergtoppen die het dal van Colera omsluiten. Eenmaal over de bergkammen begon de lange afdaling naar het dal, naar het gehucht Molinás.

Mas Tarragona
Het was 75 jaar later amper voor te stellen dat na het einde van de Spaanse Burgeroorlog over dit steile pad Martinez en zijn groep Catalonië waren binnengeslopen. Het uitgesleten pad was overgroeid met metershoge bramen en doornen. Weggespoelde rotsblokken hadden in de loop der jaren de weg versperd, zodat de afdaling nog moeilijker werd. Zelfs voor een geoefende wandelaar was dit eigenlijk een niet te nemen obstakel.
De felgele brem en wegvliegende hops gaven het pad een onschuldig aanzien. Het is echter de vraag of Martinez en zijn drie medestanders oog hadden voor de overdonderende schoonheid van de natuur. Ze realiseerden zich vooral dat ze illegaal hun vaderland waren binnengedrongen. De mannen loerden tijdens de afdaling dan ook constant op gevaar en hun enige zekerheid vormde een geladen pistool in hun binnenzak. Ondertussen droomden ze van hun missie: het verzet tegen het fascisme aanwakkeren in Barcelona.

De ruïne van Mas Tarragona, vroegere pleisterplaats voor smokkelaars en Catalanen die vanuit Frankrijk illegaal terugkeerden naar hun land

Het voorlopige einddoel van de afdaling van Martinez en zijn mannen was Mas Tarragona, een grote hoeve die op een klein plateau was gebouwd met een fraai uitzicht op het laaggelegen gehucht Molinás. De bewoners van Mas Tarragona keken niet op van passanten. De hoeve lag weliswaar volledig afgezonderd op de berghelling, maar al sinds mensenheugenis kwamen er smokkelaars langs, meestal streekbewoners die illegale handel dreven met Frankrijk. Veel smokkelaars dronken er onderweg wat en een enkeling bleef er slapen. Mas Tarragona werd zodoende een soort kruispunt voor alle illegale passanten tussen Frankrijk en Spanje. En andersom. Ook Martinez en zijn drie Catalaanse vrienden zullen warm onthaald zijn in Mas Tarragona. De eigenaar, Jaume Castelló, waarschuwde de passanten voor de aanwezigheid van de guardia civil in het gehucht Molinás diep beneden, aan de voet van de berg. Martinez besloot vervolgens dat het daarom verstandiger was die nacht pas door te lopen, bijgelicht door de sterren.

Het gehucht Molinás telde in 1939 negen woningen en er woonden 25 mensen, waaronder 4 leden van de guardia civil in een kleine kazerne in het dorp. Dit waren doorgaans jonge boerenzonen die in Molinás en Colera waren gestationeerd omdat ze geen enkele band met de Catalanen hadden. Een van hen was Antonio Lanau, die altijd trouw wacht liep. Op een dag arresteerde hij twee Catalanen die kennelijk illegaal de grens waren overgestoken. Toen ze vanuit Mas Tarragona in een kleine optocht naar het dal liepen, trok een van hen een pistool vanachter zijn bloes en schoot Antonio twee keer door zijn hoofd. De twee maakten zich uit de voeten en zijn nooit opgepakt.
De nachtelijk doordocht van de groep-Martinez door Molinás verliep probleemloos en ’s middags kwamen ze moe maar voldaan aan in de streek rond het station van het vissersstadje Llancá, niet ver verwijderd van Colera. Op advies van Gregori Font was gekozen voor deze route omdat het station van Colera te gevaarlijk was aangezien het vlakbij het dorp lag waar het net als in Portbou wemelde van de guardia civil. De mannen zouden in dat geval snel opgemerkt kunnen worden.

Front Nacional Catalunya
In de buurt van het station van Llancá kregen de Catalanen waarschijnlijk vervalste documenten toegestopt van een lokaal lid van Nosaltres Sols! Met deze papieren op zak konden ze vervolgens veilig in de trein naar Barcelona stappen. En eenmaal in Barcelona verdwenen ze in de stedelijke mensenmassa waar ze vervolgens contact legden met gelijkgestemden.
Jaume Martinez keerde in 1940 alweer terug naar Frankrijk, waarschijnlijk via dezelfde route. Vanuit het zuiden van Frankrijk reisde hij vervolgens per trein door naar Parijs, waar hij namens Nosotros Sols! aanwezig was bij de oprichting van het Front Nacional Catalunya (FNC). Zijn beweging ging op in het FNC. Het FNC legde zich niet alleen toe op de strijd voor een onafhankelijk Catalonië maar nam ook direct contact op met het Franse verzet en wees op de vluchtroutes door de Pyreneeën, de Routes de Libertad.

Tijdens de herdenkingsbijeenkomsten dit voorjaar in Colera, Molinás en later ook in Llancá was veel belangstelling voor de onthulling van de plaquettes. Meer dan tachtig mensen waren erbij aanwezig, hoofdzakelijk familieleden van Martinez en zijn vele medestrijders.


Tijdens verschillende bijeenkomsten werden hun heldendaden voor een vrij Catalonië gememoreerd en er rolde menig traantje van ontroering over de wangen van familieleden. Ze hoorden de verhalen over Martinez en zijn inzet voor de Catalaanse zaak. Hij schuwde daarbij de gewapende strijd niet maar provoceerde daarnaast als het even kon het regime met pijnlijke plaagstoten. Bijvoorbeeld toen hij erin slaagde een meterslange Catalaanse vlag in Barcelona op te hangen, hoog en amper bereikbaar voor de autoriteiten. Hij werd in 1949 gearresteerd, kreeg twintig jaar gevangenisstraf maar werd in 1952 vrijgelaten waarna hij vertrok naar Andorra van waaruit hij zijn strijd voortzette. Jaren later, even terug in Barcelona, had hij domme pech. Hij kreeg een ongeluk en moest opgenomen worden in een ziekenhuis waarna hij weer werd gearresteerd. Het hoger beroep kon hij in vrijheid afwachten en opnieuw vertrok hij naar Andorra en zodoende ontliep hij een gevangenisstraf van twaalf jaar waartoe hij werd veroordeeld. In 1988 dreef een ernstige ziekte hem weer terug naar Spanje. Doodziek meldde hij zich bij de rechtbank en kwam in gevangenis terecht. In november 1989 overleed hij in een ziekenhuis in Barcelona, veertien jaar na de dood van de dictator waartegen hij zijn hele leven had gestreden.

  1. Vertaal Catalaans door met de rechtermuisknop ergens op de Catalaanse pagina te klikken en selecteer ‘Vertalen naar het Nederlands’. ↩︎

Rutes de la Libertat: project van de Catalaanse culturele stichting Reeixida die talloze projecten over de Catalaanse geschiedenis uitvoert, waaronder ook de biografieën van Catalaanse leiders waarvan die van Jaume Martinez i Vendrel deel uitmaakt .

Het Museu Memorial de l’Exili (MUME) in La Jonquera is gewijd aan de herinnering van Republikeinse ballingen die Spanje na de Spaanse Burgeroorlog moesten verlaten.