
Door Sven Tuytens
Mijn jongste dochter schuift ’s ochtends haar stoel aan de ontbijttafel naar achteren en vertelt achteloos over de fuif van afgelopen nacht. Over de DJ die plots een technoversie van Cara al sol door de boxen joeg – het fascistische lijflied van de Franco-dictatuur – en hoe (bijna) iedereen op de dansvloer uitzinnig meedeinde. Alsof het gewoon een beat was en het verleden geen gewicht meer heeft.
En dan is er die andere scène. Een koude ochtend op een heuvel ten westen van Madrid. De wind snijdt door de stilte terwijl jonge archeologen voorzichtig aarde wegschrapen. Onder hun handen verschijnt het geraamte van een republikeinse strijder (zie foto), gesneuveld in 1937. Iemand die ooit een naam had, een familie, een leven.
De twee momenten – de dansvloer die davert op een beladen melodie en het skelet dat zwijgend uit de grond wordt gehaald – dwingen Spanje tot een gesprek met het verleden.
De onlangs overleden Cees Nooteboom verwoordde het ooit treffend in De Omweg naar Santiago: “Onder het soms zo gladde uiterlijk van de nieuwe democratie schrijnt de wond van die burgeroorlog nog steeds. Elke dag en elke plaats heeft zijn herinneringen, voor wie er oog voor heeft.”
Misschien is dat precies wat zich hier aandient: een land dat danst op zijn eigen schaduw, terwijl onder de oppervlakte de aarde haar geheimen blijft prijsgeven.
“Onder het soms zo gladde uiterlijk van de nieuwe democratie schrijnt de wond van die burgeroorlog nog steeds. Elke dag en elke plaats heeft zijn herinneringen, voor wie er oog voor heeft.”
Cees Nooteboom (1933 – 2026)
Wat decennialang werd verzwegen of voorzichtig werd aangeraakt, staat vandaag centraal in het politieke debat. Het historische geheugen, of de omgang met de erfenis van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en de daaropvolgende dictatuur van Francisco Franco, is geen randthema meer, maar een actieve beleidsprioriteit van de coalitieregering onder leiding van de sociaaldemocraat Pedro Sánchez (PSOE) die geen andere keuze heeft dan rekening te houden met de progressieve coalitiepartner Sumar en het Catalaanse links-nationalistische Esquerra Republicana (ERC) en de Baskische links-nationalistische partij EH Bildu van wie hij de gedoogsteun hard nodig heeft, bij gebrek aan een absolute meerderheid in het parlement.

De spil van dat beleid is de Ley de Memoria Democrática, die in 2022 in werking trad. Deze wet bouwt voort op eerdere initiatieven, maar gaat verder in de officiële erkenning van slachtoffers van de burgeroorlog en de Franco-dictatuur. Ze legt de verantwoordelijkheid expliciet bij de staat om waarheid, gerechtigheid en herstel te bevorderen. Dat betekent niet alleen symbolische erkenning, maar ook concrete maatregelen: systematische opgravingen van massagraven, officiële rehabilitaties, het schrappen van franquistische eretitels en het aanduiden van zogenaamde “plaatsen van herinnering”.
Die maatregelen zijn geen dode letter, al gaat het voor sommigen allemaal veel te traag. In de afgelopen jaren zijn duizenden lichamen opgegraven uit anonieme graven verspreid over het land en de stoffelijke resten van Franco werden uit zijn megalomane praalgraf in de Vallei der gevallenen gehaald. Families krijgen na tachtig jaar soms eindelijk duidelijkheid over het lot van hun verdwenen verwanten. Herdenkingsplaatsen worden gemarkeerd, archieven geopend, dossiers herzien. Wat ooit privéverdriet was, wordt steeds vaker erkend als collectieve geschiedenis.
Toch verloopt het proces niet zonder weerstand. Het historische geheugen blijft een politiek breekpunt. Linkse partijen verdedigen het beleid als een noodzakelijke inhaalbeweging voor een democratie die haar verleden onvoldoende heeft verwerkt. Conservatieve en radicaal-rechtse krachten van zowel Vox als PP blijven zich openlijk verzetten of steken actief stokken in de wielen bij elke poging om een halve eeuw na het einde van de dictatuur de verliezers en slachtoffers van burgeroorlog en dictatuur een volwaardige plaats te geven in het hedendaagse Spanje. Zij beschuldigen de regering ervan oude tegenstellingen opnieuw op te rakelen.

September 2025 – Foto: Sven Tuytens
De grootste tegenstander van de herinneringspolitiek is de radicaal-rechtse partij Vox, op dit moment de derde grootste partij in Spanje. Deze partij die nostalgisch kijkt naar het Franco regime is geen oude venten-clubje maar krijgt opvallend veel steun van (vooral mannelijke) jonge Spanjaarden. Dat zijn dus de euforische jongeren op de dansvloer waarover onze dochter vertelde.
De steun voor Vox heeft verschillende oorzaken. Veel jongeren kampen met hoge werkloosheid, tijdelijke contracten en dure woningen, vooral in steden als Madrid en Barcelona. Ze hebben het gevoel dat traditionele partijen hun problemen niet oplossen.
Daarnaast is er een culturele factor. Onder premier Pedro Sánchez voerde Spanje uitgesproken progressieve wetten in rond gender en lhbti-rechten. Een deel van jonge mannen ervaart dat als doorschieten of voelt zich niet gehoord. Vox speelt hierop in met scherpe anti-“woke” retoriek.
Ook sociale media versterken die trend: eenvoudige, polariserende boodschappen bereiken jongeren sneller dan genuanceerde politieke analyses: een tendens die we in heel Europa zien. Tot slot speelt nationalisme een rol. Na de Catalaanse onafhankelijkheidscrisis spreekt Vox jongeren aan met een sterke, centrale visie op Spanje. Voor sommigen is stemmen op radicaal rechts vooral een protest tegen “het systeem”.
Na de Catalaanse onafhankelijkheidscrisis spreekt Vox jongeren aan met een sterke, centrale visie op Spanje. Voor sommigen is stemmen op radicaal rechts vooral een protest tegen “het systeem”.
Sven Tuytens
Voor die jongeren maakt het onderwijs ook deel uit van “het systeem” en dat maakt het voor leerkrachten geschiedenis bijzonder moeilijk om op school een debat te lanceren dat raakt aan fundamentele vragen: moet een land zijn trauma’s juridisch en institutioneel blijven uitdiepen, of is verzoening gebaat bij afstand?
En hoe pak je het aan met onderwijs als een bevoegdheid van de autonome regio’s? Want er zijn zo maar liefst 17 verschillende manieren om jongere generaties te confronteren of niet te confronteren met wat er tussen 1936 en 1975 gebeurde. Catalaanse en Baskische jongeren leren op school veel meer over die periode dan hun leeftijdsgenoten in bijvoorbeeld Madrid waar minister-president Isabel Díaz Ayuso (PP) zich hevig verzet tegen de wet op het historisch geheugen en halsstarrig blijft weigeren om het Franquisme te veroordelen.
Ook buiten Spanje heeft de Ley de Memoria Democrática (LMD) gevolgen. De wet voorzag in een regeling waardoor nakomelingen van ballingen uit de burgeroorlog en de dictatuur de Spaanse nationaliteit konden aanvragen. Dat leidde wereldwijd tot een golf van aanvragen, vooral in Latijns-Amerika. Ambassades en consulaten werden overspoeld. Het verleden bleek niet alleen een morele kwestie, maar ook een administratieve realiteit.
Een eerdere wet gaf reeds het recht aan internationale brigadisten om de Spaanse nationaliteit aan te vragen. In oktober 2022 stelde de LMD dat dat recht werd uitgebreid tot de nakomelingen van leden van de internationale brigades, op voorwaarde dat zij konden aantonen zich actief te hebben ingezet voor het levend houden van de herinnering aan hun voorouders en voor de verdediging van de democratie in Spanje.
In de drie jaar na de goedkeuring van de LMD werden de voorwaarden en procedures uitgewerkt voor het indienen van aanvragen bij het Spaanse Ministerie van Justitie. In de herfst van 2025 kende de Ministerraad, onder leiding van premier Pedro Sánchez, overeenkomstig de bepalingen van de wet, de Spaanse nationaliteit toe aan bijna 170 nakomelingen van brigadisten die daarom hadden verzocht.
Intussen sijpelt het historische geheugen steeds nadrukkelijker door in de publieke universiteiten, die nu gemakkelijker onderzoeksprojecten opzetten rond repressie en massagraven. Documentaires, romans en tentoonstellingen brengen vergeten verhalen opnieuw onder de aandacht.
Spanje bevindt zich daarmee in een overgangsfase. Het land dat na Franco koos voor een “pact van vergetelheid” om de democratische overgang niet te ondermijnen, heeft dat stilzwijgen ingeruild voor een actief herinneringsbeleid. Het verleden wordt niet langer beschouwd als afgesloten hoofdstuk, maar als een open dossier dat nog steeds maatschappelijke en politieke betekenis heeft.
Het historische geheugen in Spanje leeft in parlementen, op begraafplaatsen, in archieven en in families. En het debat erover is voorlopig nog lang niet uitgewoed.
Sven Tuytens
Lees ook op deze site:




