
Door Gijs Mulder
‘We hebben allemáál de oorlog verloren!’ ‘Waarom moeten die oude wonden nou worden opengereten?!’ Het zijn de argumenten die door rechts in de cultuurstrijd worden gegooid tegen initiatieven van de regering van Pedro Sánchez (PSOE) om de herinnering aan de slachtoffers van de burgeroorlog en de Franco-dictatuur levend te houden. Gijs Mulder over de strijd rond het herinneren in Spanje.
Wet die de herinnering bevordert
De ‘Wet van het democratisch geheugen’ (Ley de memoria democrática), die in 2022 op initiatief van de regering Sánchez in werking trad, is bedoeld als een verdieping van de ‘Wet van het historisch geheugen’ (Ley de memoria histórica) uit 2007 en wil tevens de ‘democratische cultuur’ verstevigen. De uitvoering van de nieuwe wet gaat soms moeizaam doordat conservatieve bestuurders – van Partido Popular- en Vox-huize – lokale initiatieven dwarsbomen. Toch worden er ook successen geboekt. De nieuwe wet schrijft onder meer voor dat de regering verantwoordelijk is voor het opgraven van de lijken van vermoorde burgers die nog altijd her en der in Spanje in massagraven liggen. Volgens recente cijfers (november 2025) zijn er nu 9.000 stoffelijke resten opgegraven. In totaal zouden er naar schatting 20.000 lichamen kunnen worden geborgen. Het totale aantal vermisten van de oorlog en de Franco-dictatuur ligt veel hoger.

Verbod op het verheerlijken van dictatuur
Een andere maatregel is een verbod op organisaties die openlijk de dictatuur verheerlijken. Op de dag dat in 1931 de Republiek werd uitgeroepen, (14 april jl.) heeft de minister van Cultuur, Ernest Urtasun van de linkse alliantie Sumar, het besluit ondertekend tot ontbinding van de Francisco Franco Stichting. Dat is een nog altijd actieve lobbyclub die het archief van de dictator beheert. Definitief is het besluit nog niet, want de rechter heeft het laatste woord.
Onderwijs over de burgeroorlog en dictatuur
Een derde maatregel luidt dat meer aandacht moet worden besteed aan educatie over de burgeroorlog en de dictatuur. Daar is veel werk aan de winkel, want vooral onder jongeren is het slecht gesteld met de kennis van de recente geschiedenis. Tijdens de democratische transitie, na de dood van de dictator in 1975, was immers het devies: we zetten er een streep onder, vanaf nu kijken we naar de toekomst. ‘El pacto del olvido‘, het ‘pact van het vergeten’, is de negatief geladen en ook dubbelzinnige term (doen alsof je vergeet of echt vergeten?) voor dat politieke beleid. Het is de voornaamste oorzaak van de strijd rond het herinneren die tot op de dag van vandaag voortduurt. De regering wil het historisch en democratisch bewustzijn bevorderen door aanpassingen in het curriculum, nieuw lesmateriaal, excursies naar tentoonstellingen en nieuwe herinneringsplekken, et cetera. Het succes is wisselend. Vooral in regio’s waar de PP en Vox aan de macht zijn laten bestuurders zich weinig gelegen liggen aan deze pogingen om het verleden onder ogen te zien. Zo heeft de regering van de regio Madrid, die onder leiding staat van de Trumpiaanse Isabel Ayuso, onlangs een streep gezet door een nascholingscursus voor leraren over de Franco-dictatuur.
Kleinkinderenwet
Veel besproken is voorts de zogeheten ‘kleinkinderenwet’ (Ley de nietos). Nazaten van Spaanse emigranten en ballingen uit de periode 1936-1975 krijgen de mogelijkheid de Spaanse nationaliteit aan te vragen. Eind april van dit jaar hadden 2,45 miljoen mensen, voornamelijk uit Latijns-Amerika, zo’n aanvraag gedaan. Daarvan zijn er tot nu toe 545.000 goedgekeurd; van deze groep staan 306.000 mensen op het punt de Spaanse nationaliteit te krijgen.
De meesten van deze mensen zullen niet naar Spanje emigreren. Ze vallen in elk geval in het niet bij de enorme groei van het aantal inwoners dat niet in Spanje is geboren. Nu geldt dat voor 10 miljoen mensen: op een bevolking van 49,5 miljoen is dat bijna 20% van het totaal, tien keer zoveel als in het jaar 2000.
‘Nu het hedendaagse Spanje zo divers is, zou ons collectieve geheugen dat ook moeten zijn’.
Schrijver Paco Cerdà in een opiniestuk
Hoe geef je met deze bevolkingsontwikkeling vorm aan de educatie over de burgeroorlog en de dictatuur? Die vraag stelt Paco Cerdà in een recent opiniestuk in El País. Cerdà is schrijver van een aantal succesvolle literaire non-fictie boeken die goed passen in de herinneringscultuur die de wetgeving nastreeft. Zijn nieuwste, Presentes, is in het Nederlands vertaald als Wij waren hier. Cerdà geeft ook lezingen op scholen over het Spaanse verleden dat maar niet voorbijgaat en vertelt dan over zijn grootvader wiens vader is gefusilleerd. Als hij al die Colombiaanse, Venezolaanse, Marokkaanse, Roemeense en Oekraïense kinderen aankijkt, vraagt hij zich af wat er met hun grootouders is gebeurd en waarom hij het alleen over zijn eigen verleden heeft. ‘Nu het hedendaagse Spanje zo divers is, zou ons collectieve geheugen dat ook moeten zijn,’ schrijft Cerdà. Voortaan gaat hij naar grootouders vragen als hij weer voor een klas staat.
Herinneringscultuur als kritisch proces
Dat de aandacht voor de slachtoffers van geweld ongelijk verdeeld is, is ook het uitgangspunt van een recent essay in De Groene Amsterdammer van hispanist Sebastiaan Faber en antropoloog Eva van Roekel over de hedendaagse herinneringscultuur in Europa en elders in de wereld, met name in Latijns-Amerika. Anders dan in Europa, waar ‘het herdenken van historisch geweld zich [heeft] ontwikkeld tot een relatief gestolde praktijk die steeds verder is losgeraakt van hedendaagse vormen van geweld’ is het herdenken in veel Latijns-Amerikaanse landen een open en kritisch proces. Zo had Spanje een voorbeeld kunnen nemen aan Argentinië, dat de moed vond om vertegenwoordigers van de militaire dictatuur te veroordelen voor misdaden tegen de menselijkheid. Na een bespreking van wat hedendaagse denkers over het onderwerp te zeggen hebben, bepleiten Faber en Van Roekel een minder zwart-witbenadering van het herinneren, waarbij de vaste morele tegenstellingen (herdenken en vergeten, goed en kwaad, slachtoffer en dader) tijdelijk worden losgelaten. Niet om ze te ontkennen maar om ruimte te maken voor onverwachte ervaringen en inzichten.
Gijs Mulder, mei 2026




