
Het begon met een eenvoudige opdracht over de Spaanse Burgeroorlog op de middelbare school Piter Jelles De Dyk in Leeuwarden en groeide uit tot betekenisvol geschiedenisonderwijs. Met onder andere webinars, samenwerking tussen Spaanse en Friese leerlingen, reizen naar Spanje , een plaats in het curriculum en een rockopera over Evert Ruivenkamp tot gevolg.
Door Harrie Wiersema
“Wie de Tweede Wereldoorlog wil begrijpen, moet eerst de Spaanse Burgeroorlog begrijpen”, aldus Antony Beevor in De Spaanse Burgeroorlog (2006). Die uitspraak is onder historici bepaald niet ongewoon. Toch krijgt de Spaanse Burgeroorlog (1936–1939) in het Nederlandse geschiedenisonderwijs doorgaans slechts beperkte aandacht. In de meeste lesmethodes verschijnt het conflict hooguit als een voorportaal van de Tweede Wereldoorlog: een strijd waarin nazi-Duitsland en fascistisch Italië hun wapens konden testen en waarin de democratische landen hun afwachtende houding toonden. Daarmee blijft onderbelicht dat de oorlog ook een ideologische strijd was die duizenden vrijwilligers uit meer dan vijftig landen naar Spanje bracht, onder wie ongeveer zevenhonderd Nederlanders.
Juist die menselijke en internationale dimensie maakt de Spaanse Burgeroorlog bijzonder geschikt voor het geschiedenisonderwijs. Niet alleen omdat leerlingen kennismaken met een vaak vergeten hoofdstuk uit de Europese geschiedenis, maar ook omdat thema’s als democratie, polarisatie, propaganda, internationale solidariteit en de gevaren van autoritaire ideologieën verrassend actueel blijken te zijn. Vanuit die gedachte is op middelbare school De Dyk in Leeuwarden in de afgelopen jaren een onderwijsproject ontstaan dat inmiddels is uitgegroeid tot een vast onderdeel van het curriculum.
Een onverwachte keuze
Het begon ruim vijf jaar geleden met een betrekkelijk eenvoudige schrijfopdracht. Leerlingen in de onderbouw schreven een essay over oorlogen die voortkwamen uit de expansiepolitiek van totalitaire regimes tijdens het Interbellum. Zij konden kiezen uit de Japanse inval in China, de Italiaanse aanval op Ethiopië of de Spaanse Burgeroorlog. Het merendeel van de leerlingen koos voor de Spaanse Burgeroorlog. Die belangstelling vormde het vertrekpunt voor een onderwijsproject dat zich de jaren daarna steeds verder ontwikkelde.
Van lesonderwerp naar curriculum
Een belangrijke stap volgde twee jaar geleden, toen contact werd gelegd met de docent Ioseba Landa van het Institut Quatre Cantons in Barcelona. Hij stelde voor een gezamenlijk onderwijsproject op te zetten dat zou worden afgesloten met een webinar. Dat bood de mogelijkheid om Nederlandse en Spaanse leerlingen samen na te laten denken over de betekenis van de Spaanse burgeroorlog. Om het project historisch goed te onderbouwen werd recente literatuur geraadpleegd. Daarbij kwam ik het recent verschenen boek van Kruizinga en Petram tegen. Het boek “De oorlog tegemoet” (2020) bleek uitermate geschikt voor leerlingen in de bovenbouw. De auteurs, Lodewijk Petram en Samuël Kruizinga waren enthousiast over het project op de beide scholen en bereid om deel te nemen aan de webinar “Testimonies of the International Brigades.”
Inmiddels kreeg de Spaanse Burgeroorlog ook een formele plaats binnen het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) voor geschiedenis in de bovenbouw. De leerlingen lazen het boek en bereidden zich voor op gesprekken met de auteurs. Daarnaast maakten zij kennis met de persoonlijke verhalen van de Nederlandse Spanjevrijwilliger Joop Doornekamp en de Ierse vrijwilliger Liam McGregor. Juist deze levensverhalen, verteld door zoon Philip Door en neef Liam McGregor. maakten diepe indruk. Achter de grote politieke ontwikkelingen verschenen mensen die vanuit idealisme, overtuiging of plichtsgevoel hun leven in de waagschaal stelden.
Een jaar later volgde een tweede editie van Testimonies of the International Brigades, ditmaal rond het dagboek van Spanjestrijder Evert Ruivenkamp . Alle leerlingen lazen zijn dagboek en ontdekten hoe een Nederlandse vrijwilliger de oorlog van dag tot dag beleefde. Daarmee werd geschiedenis tastbaar en persoonlijk. De persoonlijke verhalen werden gepresenteerd door de neef van Evert Ruivenkamp, Evert de Jonge en de Ierse journalist en vakbondsman Eoin Ronayne.
Internationale samenwerking
Via Ioseba Landa kwam vervolgens contact tot stand met Alan Warren van de organisatie Porta de la Historia, die zeer enthousiast onze leerlingen bij allerlei projecten omtrent de Spaanse Burgeroorlog wilde betrekken. Dankzij zijn inzet ontstonden nieuwe internationale contacten en kreeg de samenwerking een bredere basis.
Een eerste resultaat was dat twee leerlingen uit 3 havo zich verdiepten in het leven van de in Spanje gesneuvelde Piet Grootegoed voor een profielwerkstuk. Daarmee werd historisch onderzoek ook onderdeel van het onderwijsprogramma.
De samenwerking kreeg vervolgens een internationaal vervolg met een bezoek aan de voormalige slagvelden van de Ebro. Naast Ioseba Landa en Alan Warren waren Theo Butterhoff en Wilco Sjouke aanwezig. Theo en Wilco organiseren in november 2026 een tentoonstelling over de Spaanse Burgeroorlog in Heerenveen in het Domela Nieuwenhuismuseum. De Dyk is door Theo en Wilco ook betrokken geraakt bij de tentoonstelling voor het ontwikkelen van een educatief programma.
De Ciudad de Barcelona
Na de Ebro werd een bezoek gebracht aan Malgrat de Mar waar een meeting plaatsvond met Rob MacDonald en Sònia Garangou, organisatoren van het jaarlijkse Solidarity Park Festival. Dit festival houdt de herinnering aan de internationale solidariteit tijdens de Spaanse Burgeroorlog levend en bleek een ideale partner voor verdere samenwerking.
Uit deze contacten ontstond een project rond de Ciudad de Barcelona, het passagiersschip dat op 30 mei 1937 door een Italiaanse onderzeeër voor de kust van Malgrat de Mar tot zinken werd gebracht. Onder de slachtoffers bevonden zich tientallen internationale vrijwilligers die onderweg waren naar de republikeinse strijdkrachten.
Voor de leerlingen vormde dit verhaal een concreet aanknopingspunt om de internationale betekenis van de oorlog te begrijpen. Alle leerlingen uit leerjaar 3 mavo en havo volgden een online gastles over de Spaanse Burgeroorlog en de opkomst van het fascisme. Vervolgens maakten zij een kunstwerk geïnspireerd op de geschiedenis van de Ciudad de Barcelona en produceerden zij een vlog over één van de Nederlandse internationale brigadisten.
Door historische bronnen te combineren met creatieve opdrachten ontstond een vorm van onderwijs waarin kennis, empathie en historisch besef elkaar versterkten.

Een historisch festival als klaslokaal
Het hoogtepunt volgde eind mei 2026, toen tien leerlingen afreisden naar Malgrat de Mar. Tijdens het Solidarity Park Festival deden zij onderzoek voor hun profielwerkstukken en gingen zij in gesprek met historici, nabestaanden en deelnemers uit verschillende Europese landen. Voor veel leerlingen betekende dit hun eerste ervaring met internationaal historisch onderzoek buiten het klaslokaal.

Ook de schoolband, voor deze gelegenheid “Ebro” genaamd, van De Dyk leverde een bijzondere bijdrage. Zij voerden een selectie uit van een eigen geschreven rockopera gebaseerd op het dagboek van Evert Ruivenkamp. De muziek was een verrassend krachtig middel om het historische verhaal van Evert Ruivenkamp over te brengen.

Wereldburgerschap in de praktijk
Wat begon als een eenvoudige essayopdracht is uitgegroeid tot een veelzijdig onderwijsprogramma waarin historisch onderzoek, internationale samenwerking, muziek en kunst elkaar aanvullen. De Spaanse Burgeroorlog heeft inmiddels een vaste plaats gekregen binnen het curriculum geschiedenis op De Dyk, ingebed in het thema wereldburgerschap.





