Evert Ruivenkamp en Gerrit Kastein op de gedenkplaat op de Haagse markt

24 april 2026 is op de Haagse Markt een monument onthuld voor het Haagse communistische verzet in de Tweede Wereldoorlog. Zoals op het monument vermeld: meer dan 550 Haagse communisten werden in de loop van de oorlog gearresteerd, minstens 256 werden gefusilleerd of kwamen om in concentratiekampen. Speciale aandacht  is er voor de sabotage activiteiten die zich rondom die befaamde Haagse Markt hebben afgespeeld, waarbij enkele oud-Spanjestrijders een rol speelden. Nergens in Nederland bestaat een monument voor het communistische verzet in de Tweede Wereldoorlog.

Rehabilitatie voor Haagse communisten
En laat dat nu uitgerekend in het toch bepaald niet linkse Den Haag tot stand zijn gekomen. Grotendeels bekostigd door de gemeente Den Haag en met een aanbevelingscomité met klinkende namen als de directeuren van het Mauritshuis en het Nationaal Monument Oranjehotel. Met veel aandacht voor Anton de Kom die in 1944 op de Haagse markt werkte en daar werd gearresteerd. Zo lijken via de late Nederlandse erkenning van ons koloniaal schandverleden nu ook de Haagse communisten gerehabiliteerd te worden.

Anton de Kom en de Communistische Partij
Uit de toespraak die de biografe van De Kom, Alice Boots, hield bij de onthulling:

“Even terug in de tijd. Nederland had voor de tweede wereldoorlog een aantal gebieden dat het bezette: Nederlands-Indi en Suriname. Vooral Nederlands-Indië leverde veel geld op en er was geen denken aan dat Nederland het bestuur van het land zou afstaan aan de eigen bewoners. Er was maar één partij die een antikoloniaal standpunt innam, en dat was de Communistische Partij. Die partij vond dat Nederland het land bezette en meer dan dat: dat ons land op de archipel parasiteerde en rijkdom vergaarde ten koste van de lokale bewoners. Ze zagen ook dat die uitbuiting een raciale kant had, want de blanken overheersten de getinte inlanders. Dat had Anton de Kom ook in zijn land aan den lijve meegemaakt. Nederlands-Indië, maar ook Suriname en Curaçao moesten zelfstandig worden vond de Communistische Partij Holland (later CPN) en blank en bruin moesten gezamenlijk daartoe strijd voeren.

Dat Anton communist was komt nog maar weinig ter sprake. Dat is jammer, want de communisten waren hun tijd ver vooruit.

Het was dus logisch dat Anton zich bij hen aansloot (overigens zonder lid te worden, het ging hem om het gedachtengoed), maar de partij was in Nederland natuurlijk ver in de minderheid en werd door de overheid en in de publieke opinie werden de communisten werden in die jaren als niets meer of minder dan staatsgevaarlijk gezien(…). We zitten nu in 2026 en jongere mensen weten vaak niet eens meer wat communisme was. De Sovjet-Unie is uit elkaar gevallen, in Rusland heerst nu weer een autocratisch bewind. Bovendien wordt Anton nu vooral gezien vanwege zijn aanklacht tegen de slavernij. Dit sluit aan bij de hedendaagse tendens om de kwalijke kanten en met name het gebruik van geweld van het nationale koloniale verleden te benadrukken. Dat Anton communist was komt nog maar weinig ter sprake. Dat is jammer, want de communisten waren hun tijd ver vooruit. Daarom steun ik van harte dit monument.” 

Grootste deel van de Haagse verzetsmensen was eerder Spanjestrijder
De selectie van de namen op het monument is grotendeels ontleend aan ‘Vuile oorlog in Den Haag’, het boek dat Rudi Harthoorn in 2011 publiceerde. In zijn toespraak bij de opening van het monument zei Harthoorn over de Spanjestrijders:
“Direct na de Nederlandse capitulatie kwam het bestuur van de Haagse CPN bijeen en er werd besloten te gaan werken aan een ondergronds bestaan. De bijeenkomst vond plaats in een woning aan de Marktweg, hier niet ver vandaan. Er werd besloten dat er meteen sabotage zou worden gepleegd en dat deze mensen gewapend zouden zijn. Het grootste deel van deze saboteurs waren Spanjestrijders. Soms gingen hele families deel van het verzet uitmaken, zoals de familie Kloostra met ongeveer 15 personen.
Bijzonder is dat vier broers Kloostra in 1944 samen in het concentratiekamp Dachau zaten (…). Arie Kloostra was betrokken bij het organiseren van sabotage in bedrijven. Hij had ontslag genomen bij de meubelfabriek Pander om zich geheel aan verzet te wijden. In augustus 1940 ging hij naar zijn collega Cornelis Stoop bij Pander om hem tot sabotage aan te zetten. Van hem hoorde hij dat de directeur in mei naar Berlijn was geroepen en een opdracht had gekregen tot de productie van ski’s voor vele duizenden Junker 52 transportvliegtuigen om in de sneeuw te kunnen landen. Daaruit kun je afleiden dat Duitsland zich volop aan het voorbereiden was op een oorlog met de Sowjet Unie en dat het niet-aanvalspact van augustus 1939 van begin af aan flauwekul was voor de Duitsers. Verder kun je er uit afleiden dat de Duitsers rekenden op een winteroorlog en dat de bevoorrading per vliegtuig zou plaats vinden. Dit was belangrijke militaire informatie.

Spanjestrijders Johan Kloostra en Sally Dormits staan met hun foto op het monument zonder verdere toelichting. Hun verhalen zijn net als alle andere namen van de hier vermelde Spanjestrijders, terug te lezen op spanjestrijders.nl:

Spanjestrijder Gerrit Kastein kreeg de volgende vermelding :

Ook spanjestrijder Evert Ruivenkamp kreeg een plaats :


Na meer dan tachtig jaar een gedenktekentje
Rudi Harthoorn over de rol van de Nederlandse autoriteiten: Na meer dan 80 jaar wordt voor het eerst een gedenktekentje opgericht voor de verreweg grootste verzetsgroep van Nederland: het communistisch verzet met omstreeks 15.000 deelnemers. Er zijn ruwweg 2000 van deze verzetsmensen om het leven gekomen (…). De oorsprong van deze moordpartij lag niet bij de Duitse inval, maar bij de oprichting van de Centrale Inlichtingendienst in 1917.
In opdracht van de minister van Justitie moest een lijst van ‘internationale en communistische misdadigers’ worden aangelegd, waarmee de minister van Justitie de communisten tot misdadigers verklaarde, zonder dat ze enig misdrijf hadden gepleegd. De lijst ging later de lijst van ‘linksextremisten’ heten.”

Lijsten vielen moeiteloos in handen van de Duitsers
En deze lijsten met links extremisten vielen moeiteloos in handen van de Duitse bezetters en leidden tot de arrestaties, martelingen en dood van tallozen. Een verantwoordelijkheid waarop de Nederlandse autoriteiten – en die waren na de oorlog niet wezenlijk verschillend van die van voor de oorlog – in de verstikte sfeer van de Koude Oorlog nooit  op zijn aangesproken. 

En nu is er dus een monument(je). Een beetje verstopt aan de zijkant van de markt, aangedrukt tegen de kale vlakte waar tramlijn 11 over rijdt. Anton de Kom kijkt er uit over de Heemstraat waar hij werd gearresteerd en in lijn 11 naar het politiebureau werd meegenomen. Lijn 11 rijdt er nog steeds, Anton de Kom is opgenomen in de Nederlandse nationale canon, de CPN bestaat niet meer. 

 Opmerkelijk detail :  bij de opening van het monument op 24 april 2026 was Mark Rutte aanwezig. Uiteraard even niet als hoofd van de NAVO maar als ‘vriend van de markt’. 

De Haagse Markt, op maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag van 9.00 uur tot 17.00 uur in de Herman Costerstraat in Den Haag.