
In Spanje is een onverkwikkelijke rel ontstaan rond een Baskisch verzoek Picasso’s beroemde schilderij ‘Guernica’ ter gelegenheid van de herdenking van het bombardement tijdelijk naar Bilbao te verplaatsen. Daar zou het negen maanden in het Guggenheim-museum te zien zijn. Op 26 april 1937 werd het Baskische stadje Guernica door de Duitse bondgenoten van generaal Franco vanuit de lucht verwoest. Volgend jaar is dat 90 jaar geleden.
Guernica ligt hemelsbreed zo’n 25 km van Bilbao, de grootste stad van de autonome regio Baskenland (Euskadi). Vandaar de Baskische wens om het beroemde werk daar tijdelijk tentoon te stellen. De ‘Guernica’ hangt sinds 1992 in het Reina Sofía-museum in Madrid, en herhaalde verzoeken om het naar Baskenland te verplaatsen zijn afgewezen.
De regionale regeringen van Madrid en Baskenland ruziën over het Baskische verzoek om de Guernica van Picasso tijdelijk naar Bilbao over te brengen. Uit de wijze waarop regionale politici reageren wordt duidelijk hoe gevoelig de herdenking van de Spaanse Burgeroorlog nog ligt in Spanje. Isabel Díaz Ayuso, de conservatieve president van de regio Madrid, en Aitor Esteban, de leider van de Baskische Nationalistische Partij, wisselden stekeligheden uit en beschuldigden elkaar van ‘provincialisme’. “Het heeft geen zin om alles terug te brengen naar de plaats van herkomst,” aldus Ayuso. “In dat geval zouden we alle werken van Picasso naar Málaga moeten sturen” (een verwijzing naar de geboortestad van de schilder). Bovendien betichtte ze de Baskische leider van ‘een provinciale mentaliteit’. Esteban antwoordde dat als iemand de kwalificatie ‘provinciaals’ verdient dat Ayuso zelf is, want haar idee van nationale identiteit is ’bier drinken op een caféterras’: een toespeling op het standpunt van de regiopresident van Madrid tijdens de coronapandemie dat horecagelegenheden open moesten blijven.
“Konden ze wel Franco uit zijn graf in de Valle de los Caídos halen en kunnen ze nu niet een schilderij van Madrid naar Baskenland brengen.
Imanol Pradales, hoofd van de Baskische regering
De kwestie is niet alleen reden voor regionale politici om elkaar in de haren te vliegen, ook tussen de Baskische regering en de nationale regering rommelt het. Imanol Pradales, hoofd van de Baskische regering, vroeg onlangs om ‘politieke moed’ van de regering-Sanchez. “Konden ze wel Franco uit zijn graf in de Valle de los Caídos halen en kunnen ze nu niet een schilderij van Madrid naar Baskenland brengen? Laat ze reageren, de bal ligt bij hen.” Hij beschouwt de tijdelijke overbrenging van de Guernica naar Bilbao als een vorm van ‘genoegdoening voor het Baskische volk.’ In dit conflict steunt de Generalitat de Catalunya, de regering van de autonome regio Catalonië, de Basken: “De tijdelijke overbrenging van Guernica is niet alleen cultureel gezien zinvol, maar ook een democratische plicht.”

Inmiddels heeft de Spaanse minister van Cultuur, Ernest Urtasun, in antwoord op vragen van de Baskische Nationalistische Partij aangegeven dat een tijdelijke overbrenging van Guernica naar Bilbao niet kan doorgaan, omdat deskundigen van het Reina Sofía-museum het transport afraden wegens de kwetsbare staat van het doek. Van Baskische zijde dringt men aan op een ‘second opinion’: niet alleen experts van het belanghebbende museum, maar ook externe deskundigen zou om een oordeel moeten worden gevraagd.
Bronnen: The Guardian en de Spaanse nieuwssite ARA




