Voor de “Vrienden van het IISG” hield Yvonne Scholten – initiatiefneemster van de site spanjestrijders.nl – op 25 juni 2026 een lezing over de research die voor en na de lancering van de site in 2016 gedaan werd om de geschiedenis van de Nederlanders die vochten in de Spaanse Burgeroorlog in kaart te brengen. 

Voorgeschiedenis 
Aan het ontstaan van de website spanjestrijders.nl is een lange geschiedenis voorafgegaan waar ik kort iets over wil vertellen. Daarvoor maak ik een sprong terug naar 1986. Het was vijftig jaar na het begin van de Spaanse Burgeroorlog en een kop in de inmiddels verdwenen sociaaldemocratische krant Het Vrije Volk vat goed de verandering samen in de manier waarop er tegen de Spanjestrijders werd aangekeken: 

Inderdaad: eindelijk waardering. De Spanjestrijders hadden toen de meesten aan het eind van 1938 terug waren gekomen in Nederland vrijwel allemaal  hun Nederlandse nationaliteit verloren. Ze waren merendeels terecht gekomen op een door de Nederlandse inlichtingendienst opgestelde lijst van ‘subversieve elementen’ die vervolgens na de Duitse inval in handen van de bezetters was gekomen met alle tragische gevolgen van dien: arrestaties, martelingen,  concentratiekampen.

Spanjemonument
Ook na de oorlog werden ze in het klimaat van de Koude Oorlog nog steeds als staatsgevaarlijk beschouwd en door de BVD in de gaten gehouden. De kentering komt in de jaren ’70. Steeds meer Spanjestrijders mogen in kranten en op de radio hun verhaal vertellen, enkele oud-Spanjestrijders nemen begin jaren ’80 het initiatief voor het oprichten van een monument dat er uiteindelijk in 1986 komt in Amsterdam Noord 

Op 28 mei 1986 werd op het Hagedoornplein in Amsterdam Noord het Spanje Monument onthuld

Aan de Nederlandse mannen en vrouwen die in de Spaanse Burgeroorlog meevochten en sneuvelden in de strijd tegen het fascisme. Hun houding van waakzaamheid en verzet blijft een waarschuwing tegen iedere vorm van fascisme voor mensen van vandaag

Een tekst die vandaag de dag helaas nog niets aan actualiteit heeft ingeboet.

Oplevende belangstelling 
In datzelfde jaar 1986 verscheen bij uitgeverij van Gennep het boek ‘De oorlog begon in Spanje‘, het werk van vier jonge historici, Hans Dankaart, Jaap-Jan Flinterman, Frans Groot en Rik Vuurmans. 

In de jaren daarvoor hadden zij niet alleen de toen beschikbare documenten bestudeerd maar ook 21 mensen geïnterviewd die in de jaren ’36-’39 in Spanje waren geweest. Om er te vechten of als medisch personeel. De op cassette bandjes opgenomen interviews stonden zij af aan het IISG. Deze zijn inmiddels gedigitaliseerd en ook de transcripties zijn te lezen.

Podcastmaker Laura Lubbers gebruikte onlangs twee van deze interviews voor haar ‘De Spanjestrijders en ik‘, haar persoonlijke verslag van de impact van de Spaanse Burgeroorlog vandaag de dag en op haar generatie.

Nog weer even terug naar 1986. Ik werkte destijds voor het feministische radioprogramma ‘Hoor Haar’. Ik ben als kind met  de Spaanse Burgeroorlog groot geworden. Mijn vader, net achttien in juli 1936, had zich er door zijn moeder van laten weerhouden naar Spanje te gaan en heeft daar de rest van zijn leven spijt van gehad. Bij mij thuis waren de Spanjestrijders helden. Maar het waren wel allemaal mannen. Het leek me tijd eens te gaan kijken of er ook vrouwen waren geweest en tot mijn grote verrassing vond ik in een brochure van Jef Last de naam van een vrouw die in Spanje had gevochten. “Onze legendarische Fanny Schoonheid” zoals Last haar noemde, haar naam verbasterend. Vijftig jaar later bleek zij geheel uit beeld te zijn verdwenen. Het leidde na een lange speurtocht, waarin ik haar dochter terugvond, tot een radiodocumentaire.

 Ik maak weer een sprong in de tijd. Na mijn pensionering heb ik het verhaal van Fanny weer opgepakt en dat leidde in 2011 tot een boek over wat ik toen nog dacht de enige vrouw die in Spanje gevochten had. Weer jaren later ontdekte ik nog een andere Nederlandse vrouw die er gevochten had, Lini Bunjes.

 Bij de presentatie van het boek over Fanny kwam een vriend enthousiast naar me toe met een plaat met liederen van de Spaanse Burgeroorlog. Daarop de naam van de zanger van die liederen, met een uitgesproken Nederlandse naam, Bart van der Schelling. “Die ken je zeker wel”, zei hij – nou, mooi niet. Het was het begin van de speurtocht naar het avontuurlijke leven van deze man die al jong naar Amerika was verkast en uiteindelijk met de Amerikaanse Abraham Lincoln Brigade naar Spanje ging. 

Abraham Lincoln Brigade Archive
Voor deze biografie deed ik onderzoek in New York – in de prachtige Tamiment Library waar zich het archief van de Lincoln Brigade bevindt. Groot was de verrassing om er een – nog niet eerder geopende – archiefdoos te vinden met cassettebandjes waarop Bart van der Schelling zijn levensverhaal vertelt. En daarnaast ontdekte ik er microfilms met de namen van honderden internationale vrijwilligers die tussen ’36 en ’39 naar Spanje waren gekomen om tegen de fascisten te vechten. Waaronder enkele honderden Nederlanders. Ik wist op dat moment nog niet dat praktisch dezelfde microfilms ook hier op het IISG liggen. Die microfilms waren begin jaren ’90 gemaakt in Moskou. Na de val van de Sovjet-Unie gingen in Moskou een tijdlang allerlei archieven open die tot dan toe gesloten waren geweest. En daar hoorde ook het hele archief bij van de Spaanse Burgeroorlog.  Al dat papierwerk was na de verloren burgeroorlog in 1939 overgebracht naar Moskou en daar ging het vervolgens decennialang op slot. Gezien de duistere rol van de Sovjet-Unie in de Spaanse Burgeroorlog niet zo verwonderlijk. Toen die archieven begin jaren ’90 open gingen, ging men zowel vanuit het IISG als vanuit New York aan de slag en dat resulteerde in de microfilms. De Russische openheid heeft niet zo lang aangehouden en binnen de kortste keren gingen de archieven weer dicht. 

The Volunteer
Niet alleen het archief van de Amerikaanse Abraham Lincoln Brigade is indrukwekkend maar ook hun fantastische website The Volunteer.

Op die website vind je ook een verwijzing naar de Volunteer Database met een lijst van 2800 Amerikanen die in Spanje vochten.

Dat bracht me op het idee om iets dergelijks te doen voor Nederland. Ik wist dat er nooit systematisch historisch onderzoek was gedaan naar de Nederlanders die naar Spanje gingen en mij leek het een bijzonder waardevolle aanvulling op  de geschiedenis van de arbeidersbeweging en van het antifascistische verzet in de jaren ’30. Ik maakte mij ook niet te veel illusies: ik wist dat het merendeel van de Spanjegangers arbeiders waren geweest met weinig scholing. Voor zover zij al iets van documenten hadden gehad over hun ervaringen in Spanje waren die of bij hun terugkeer in Nederland in beslag genomen en voorzover ze iets bewaard hadden was dat meteen bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog hoogstwaarschijnlijk vernietigd om zichzelf niet in gevaar te brengen.

Het begin van de database
Door mijn eerdere research naar Fanny Schoonheyt wist ik dat er in het Nationaal Archief  in Den Haag tegen de tweehonderd dossiers lagen over de Spanjestrijders. En het IISG beschikte niet alleen over de microfilms maar ook over de cassettes van de interviews die in de jaren tachtig waren gemaakt voor het boek ‘De oorlog begon in Spanje’. Het leek me mogelijk een soortgelijke database als de Amerikaanse op te zetten. Tot mijn blijde verrassing bleek het IISG meteen bereid zich over deze site te ontfermen. De Stichting Media en Democratie stelde een klein budget ter beschikking, de Stichting Spanje3639 hielp met crowdfunding en Giny Klatser, toen voorzitster van de Stichting, overhandigde mij alle lijsten met namen van Spanjestrijders en ander materiaal waarover zij beschikte. Met hulp van enkele studenten en jonge historici ging ik aan de slag, in de naïeve veronderstelling dat het met een jaartje of twee wel bekeken zou zijn. Dat zijn inmiddels dus een heleboel jaren meer. 

Het Nationaal Archief bleek inderdaad een goudmijn – helaas mochten er die eerste jaren geen foto’s of fotokopieën gemaakt worden en moest alles op papier en uitsluitend met potlood overgeschreven worden. Monnikenwerk. Vooral de politieverhoren van de Spanjestrijders leverden veel informatie op. Politie en binnenlandse veiligheidsdienst bleken ze allemaal nauwkeurig in de gaten te hebben gehouden, er was meer dan eens een rondschrijven gegaan naar burgemeesters om aan te geven of ze bekend waren met jongelui die naar Spanje waren vertrokken. Ook de grenzen werden goed in de gaten gehouden op terugkerend volk uit Spanje. Tegelijkertijd was het zaak met die informatie ook heel voorzichtig om te gaan: de teruggekeerde Spanjestrijders wisten dat ze hun nationaliteit kwijtraakten als ze bekenden in vreemde krijgsdienst te zijn geweest, dus er werden heel wat verhalen opgehangen over zogenaamd werk zoeken in Spanje en helemaal niet op de hoogte zijn van de situatie daar. Een van de pijnlijkste consequenties van dit inlichtingenwerk is dat er in 1939 een lijst is opgesteld van zogeheten ‘subversieve elementen’ – waaronder talloze Spanjestrijders. Deze lijsten zijn vervolgens in handen gevallen van de Duitse bezetters, met alle gevolgen van dien, arrestaties en concentratiekamp, en vaak de dood. Buitengewoon treurig dus – maar voor de historische onderzoeker een bron van betekenis. 

De broers Leusink uit Enschede op de lijst van subversieven van de CID

 Met hulp van mijn vriendin Nelleke Pollen, heel goed thuis in het genealogisch onderzoek en met hulp van de website wiewaswie hadden we binnen relatief korte tijd een behoorlijke database met vele honderden namen, geboortedata en geboorteplaatsen, huwelijken en kinderen. Een bijzondere plaats in deze research komt ook toe aan Delpher, de site van de Koninklijke bibliotheek met zijn twee miljoen – of zoiets – kranten en een voortreffelijk zoeksysteem. Het leverde een schat aan informatie op. In de eerste plaats de kranten uit de jaren van de Burgeroorlog zelf natuurlijk. Met vaak verrassende verhalen over het verloop van de oorlog en de rol van de Nederlanders daarin. De Telegraaf was een vaak ook hilarische bron waar het de berichten betrof over het ronselen van de Spanjestrijders en verhalen over teleurgestelde terugkeerders die zonder uitzondering vertelden dat ze voor werk naar Spanje waren gegaan en zomaar ineens pats boem naar het front waren gestuurd. Vanaf de jaren ’70 was de belangstelling voor de Spanjestrijders weer opgeleefd en velen werden geïnterviewd in kranten als de Waarheid, het Vrije Volk, weekbladen als de Groene en Vrij Nederland. Prachtige verhalen vaak maar ook heel veel verbittering over het verlies van hun Nederlanderschap. Enkelen hebben tot in de jaren ’70 moeten wachten voor ze hun paspoort terugkregen. 

 De grootste verrassing in deze speurtocht kwam vervolgens in 2015: het Moskouse archief bleek tot grote verbazing en minstens zo grote vreugde van iedereen die zich met de Spaanse Burgeroorlog bezighield ineens op internet te staan! 

Het Moskouse archief over de Spaanse Burgeroorlog, RGASPI
Het is door de gigantische hoeveelheid van het materiaal een bron die veel geduld en doorzettingsvermogen vereist. Het levert veel praktische informatie op: wie op welk moment waar Spanje binnenkwam en bij welke eenheid werd ingedeeld, wie een verlofregeling kreeg, wie in welk ziekenhuis was opgenomen met welke verwondingen of ziektes, wie gesneuveld was, e.d. Daarnaast bevat het in verschillende talen (meest Duits, Frans of Spaans) politieke beoordelingen, de zogeheten ‘caracteristicas’ die iets zeggen over de levensloop van de betrokkene, over zijn militaire inzetbaarheid en politieke betrouwbaarheid, over zijn moed dan wel lafheid aan het front. 

Het zijn vaak knalharde beoordelingen – en ze moeten met de nodige voorzichtigheid gelezen worden: persoonlijke en politieke sym- en antipathieën konden een grote rol spelen. Het heeft ons een gigantische hoeveelheid materiaal opgeleverd maar helaas, sinds enkele jaren is de site niet meer op internet beschikbaar.

Medewerkers 
Gelukkig meldden zich in de loop van de jaren steeds meer vrijwilligers die hun bijdragen gingen leveren aan de website. De volledige lijst met medewerkers is te vinden op de website onder het kopje ‘over de website’. Een paar wil ik er noemen: Ruud Weijdeveld (1949-2020) ontfermde zich over de Groningse Spanjestrijders en kon dat helaas niet afmaken, Jos de Ley (1948-2018)  deed hetzelfde voor Hilversum en omgeving en ook zij overleed helaas vroegtijdig. Bart de Cort (1957-2023) verzorgde de biografieën van vrijwel alle Spanjestrijders die uit de OSP (Onafhankelijke Socialistische Partij) kwamen en zich bij de POUM (Partido Obrero de Unificación Marxista) in Spanje aansloten. Pim Ligtvoet en Willemien Schenkeveld – gelukkig alle twee wel in leven – brachten de hele Zaanstreek in beeld en dat resulteerde in het prachtige boek De Zaanse Spanjestrijders

Sander van Bladel schreef over de opmerkelijk grote groep Spanjestrijders uit Tilburg en hij reconstrueerde het leven van een ver familielid van zijn vrouw: Lambert Beekmans, voor zover wij weten de enige Nederlanders die niet door de fascisten maar door zijn eigen kameraden is geëxecuteerd. Ron van Hasselt dook in de geschiedenis van een aantal joodse spanjestrijders. Ton Hegeraad specialiseerde zich in de Amsterdammers. Seran de Leede schreef de biografieën van de verpleegsters die naar Spanje gingen en zij voltooide dit jaar de biografie van Lie Alma, indertijd actief in de Commissie Hulp aan Spanje.

In 2021 verscheen de biografie van mogelijk wel de bekendste Spanjestrijder, Jef Last, door Rudi Wester. Met de prachtige titel: Bestaat er een raarder leven dan het mijne. 

Nederland heeft in tegenstelling tot landen als Duitsland, Italië, Frankrijk en de VS  betrekkelijk weinig intellectuelen gehad onder de Spanjestrijders. Naast Last zijn Joris Ivens en de hispanist Johan Brouwer te noemen. Ook Gerrit Kastein, arts in Spanje en belangrijk verzetsman, kreeg een biografie.

Naast de eerder al genoemde medewerkers kreeg ik in de loop van de jaren gelukkig steeds meer hulp. Er ontstond een min of meer vaste redactie met Rik Vuurmans, Margreet Schrevel (oud medewerkster van het IISG en expert op het gebied van de CPN archieven) en Ton Hegeraad . Rik Vuurmans zorgde voor een heruitgave (met uitgebreide toelichting)  van de twee brochures die Spanjestrijder Cor Dekker in 1939 schreef. 

Een heel bijzondere vondst was die van het dagboek van Spanjestrijder Evert Ruivenkamp (1915-1943). Het werd gevonden toen in 2019 zijn jongste zuster overleed. Het is het meest uitgebreide en ook het meest ontroerende verslag van een 22-jarige Nederlandse jongen die aanvankelijk toegeeft aan de smeekbeden van zijn moeder om alsjeblieft niet naar Spanje te gaan maar tenslotte – in maart 1938 – besluit om toch te vertrekken. Hij overleeft Spanje, vormt in 1940 met andere Spanjestrijders het eerste gewapende verzet tegen de nazi-terreur en wordt in 1943 gefusilleerd. 

 De laatste tijd hebben we ons intensief  bezig gehouden met het natrekken van de vaak zeer omvangrijke BVD archieven, die eind 2022 werden vrij gegeven. Ook dat is een monnikenwerk met helaas meestal nogal teleurstellend resultaat. We constateerden wat we eigenlijk al wisten voor we er aan begonnen: de Spanjestrijders zijn na de oorlog door de toenmalige inlichtingendienst BVD uitgebreid in de gaten gehouden, maar inlichtingen over subversieve – laat staan spionage – activiteiten heeft het niet opgeleverd. Wel hier en daar een kleine aanvulling, met name over de oorlogsjaren. En met vaak bijna hilarische details over het doen en laten van de betrokkenen. Hilarisch om nu te lezen, tragisch voor de Spanjestrijders die jaren hebben moeten wachten op teruggave van hun paspoorten.  

Familie en verwanten 
Het onderzoek naar de Spanjestrijders bracht ons in contact met talloze familieleden en die waren zonder uitzondering bijzonder trots op de verrichtingen van hun familielid. In enkele gevallen zijn er brieven bewaard gebleven, zoals die van Arend Haak, nu in de collectie van het IISG en hier te zien op de kleine tentoonstelling die we ingericht hebben.  De meeste brieven die we terugvonden waren in beslag genomen door de Nederlandse politie, transcripties ervan (vaak met opmerkelijke fouten bij het overschrijven, zeker waar het de Spaanse namen betreft) liggen in het Nationaal Archief.  Sommige familieleden – een aantal is hier in de zaal aanwezig – schreven hun eigen verhaal, zoals Cindy van Veen over haar overgrootvader Jan van Eijk, Krijn Triep over zijn vader Leen (Krijn op zijn beurt vernoemd naar Spanjestrijder Krijn Breur), Rien Dijkstra eveneens over zijn vader, Giny Klatser over haar man Leo. Veel andere familieleden konden – vaak nog net op tijd –  geïnterviewd worden en hielpen met hun verhalen de geschiedenis te reconstrueren van mensen die anders waarschijnlijk in de doofpot van het verleden waren verdwenen. Uit het contact met de familieleden zijn vaak langdurige vriendschappen ontstaan waar ik bijzonder dankbaar voor ben. Enkele families bleken toch nog  documenten en zelfs foto’s te hebben uit de Spaanse tijd. De neef van Arend Haak bewaarde het telegram waarin de dood van zijn oom wordt aangekondigd. 

 Foto’s die familieleden ons afstonden zijn te vinden in de fotogalerij van de website 

Zoeken in de website
Een website is geen boek en niemand zal de honderden verhalen van de Spanjestrijders van a tot z lezen. De site heeft een prima zoekfunctie en mijn advies is om je eigen belangstelling te volgen. Intikken van het woord communist heeft niet zoveel zin, dat waren de meesten, maar onder ‘radencommunist’ vinden we er maar twee. Zo kun je zoeken op je eigen politieke belangstelling, op de stad of streek waar je vandaan komt, op religieuze achtergronden of op bijvoorbeeld het best wel grote aantal esperantisten. Zoekwoorden waar je misschien niet zo snel aan zult denken leveren vaak verrassende resultaten op. Het woord ‘fiets’ bijvoorbeeld, of beter nog het ouderwetse ‘rijwiel’. Commandant Piet Laros ging in eerste instantie op de fiets naar Parijs en hij was niet de enige:

Drie Eindhovenaren “huurden” een zogeheten triplet, brachten die niet terug omdat ze er mee richting Spanje gingen en hun foto’s belandden zo in het politieblad.

 Een woord waar je bij de Spanjestrijders al helemaal niet aan zou denken is ‘inbreker’. Toch levert ook dat een verhaal op met ook nog eens een foto:

 Gerrit Tromp, helemaal links in zijn stamcafe, had in Alkmaar en omgeving de bijnaam Kwikkie en was een bekende inbreker. Hoe het hem gelukt is met steun van de CPN naar Spanje te gaan is een onopgehelderd raadsel. Ik geef het maar als voorbeeld om duidelijk te maken dat niet alle Spanjestrijders helden waren. Het woord held levert trouwens uitgebreide informatie op.

Een nieuwe website. 
Aan het begin van mijn praatje vertelde ik U over de jonge historici die in 1985 het boek ‘De oorlog begon in Spanje’ schreven. Zelf verdiepte ik mij in die tijd in het leven van Fanny Schoonheijt, de koningin van de mitrailleur. Tot onze eigen verrassing hebben wij elkaar veertig jaar later teruggevonden in het initiatief om een nieuwe website op te zetten. We kregen daarbij hulp van mijn oude radio-collega Michel Simons die de biografie van Joop Zwart schreef en nog steeds pogingen onderneemt diens BVD -dossier in handen te krijgen. Het enige dat merkwaardigerwijs niet werd vrijgegeven en dat prikkelt de nieuwsgierigheid. Michel ontwierp de nieuwe site waarop we inmiddels al veel positieve reacties kregen: spanje3639nu.nl 

De site is een voortzetting van de oude site van de Stichting Spanje3639 die sinds eind 2022 stil ligt. Een groot deel van het materiaal van de oude site is op de nieuwe terug te vinden. De site geeft aanvullende informatie over de Nederlandse Spanjestrijders; zie bijvoorbeeld het verhaal van Evert de Jong die in maart van dit jaar de plekken bezocht waar zich het dagboek van zijn oom Evert Ruivenkamp afspeelde:

Daarnaast besteden we aandacht aan de ontwikkelingen in Spanje zelf, aan alles wat direct of indirect te maken heeft met de erfenis van de Spaanse Burgeroorlog en de langdurige, wrede dictatuur van Franco daarna. Zoals deze bijdrage van hispanist Gijs Mulder die na mij hier het woord zal voeren:

Lees meer over de genoemde boeken op deze site: